Wie heeft om AEO gevraagd?
Wednesday, May 30th, 2007De Europe Commissie heeft het concept van Authorized Economic Operator (AEO) in leven geroepen. Met het statuut van Authorised Economic Operator kunnen ondernemingen beschouwd worden als ‘veilige’ onderneming. Ondernemingen kunnen dit statuut aanvragen vanaf 1 januari 2008. De vraag is of ondernemingen eigenlijk zitten te wachten op een dergelijk statuut.
Achtergrond
De Europese Commissie heeft het concept van Authorized Economic Operator (AEO) geïntroduceerd met Verordening (EG) nr. 648/2005 als antwoord op het C-TPAT programma in de Verenigde Staten. Het C-TPAT (Customs and Trade Pact Against Terrorism) was op zijn beurt een reactie op 9/11 met als doel het beveiligen van de supply chain.
Omdat ook Europese ondernemingen die goederen importeren in de USA indirect gestimuleerd werden om aan dit programma mee te werken (snellere inklaring van goederen) heeft de Europese Commissie eveneens een actieplan opgesteld om de supply chain te beveiligen. AEO certifiëring van ‘veilige’ ondernemingen is daar een belangrijk onderdeel van.
AEO status zal vanaf 1 januari 2008 kunnen aangevraagd worden voor ofwel het aspect ‘veiligheid’, ofwel ‘vereenvoudigingen’ ofwel voor beide onderdelen.
Ondertussen heeft ook de World Customs Organisation (WCO) iniatieven genomen om het concept van AEO bij haar leden ingang te doen vinden in het kader van het wereldwijd harmoniseren van douaneprocedures.
Criteria
De gedetailleerde criteria waaraan voldaan moet worden om de status te verkrijgen zijn in ontwikkeling maar hebben in elk geval te maken hebben met de interne en externe controlesystemen bij het bedrijf en de inrichting van de organisatie. Tevens zal de financiële status en de historie met de douane belangrijk zijn. Een projectgroep heeft gewerkt aan de criteria, het aanvraagproces en de voordelen.
Vraag is nog echter hoe de verschillende lidstaten de criteria precies zullen implementeren. Het is niet uitgesloten dat – zelfs met de algemene richtlijnen die nu reeds gepubliceerd zijn – de toepassing ver uit elkaar zal liggen. Sommige lidstaten zien er een middel in om ondernemingen aan zich te binden aangezien er in principe maar één lidstaat kan zijn die het statuut toekent aan een bepaalde onderneming.
AEO – geen tastbare voordelen?
De AEO is momenteel opgenomen in de wetgeving om met name de veiligheidseisen te faciliteren maar zal pas met de invoering van het gemoderniseerde douanewetboek een bredere toepassing kennen. AEO is een “status” en geen douaneregeling.
De voordelen van deze status zijn echter vooralsnog vaag en niet onmiddellijk tastbaar. Eens een onderneming AEO status verkregen heeft zouden alle douaneautoriteiten in de EU deze status moeten erkennen. Vereenvoudigingen inzake douaneregelingen zouden dan makkelijker moeten kunnen verkregen worden omdat niet alle criteria getoetst moeten worden. Verder zou de douane met het inrichten van controleprogramma’s rekening kunnen houden met deze status en haar aandacht richten op marktdeelnemers die geen AEO zijn. Persoonlijk meen ik dat ook dit laatste aspect moeilijk als een bijkomend voordeel kan gezien worden zolang de kost van douanecontroles voor de meeste ondernemingen minimaal is en de douane-autoriteiten zelf niet kunnen garanderen dat er een gemeenschappelijk risico-analyse systeem opgezet wordt.
Belangrijker volgens mij zijn de ontwikkelingen om het C-TPAT programma in de Verenigde Staten en het AEO statuut in de EG of elders in de wereld wederzijds te erkennen. De onderhandelingen hierover tussen de EG en de VS zijn in volle gang. Eén van de struikelblokken is het hanteren van gemeenschappelijke criteria en het feit dat het C-TPAT programma feitelijk vooral afgestemd is voor het beveiligen van de invoerstromen, terwijl AEO betrekking heeft op alle douanebestemmingen.
Een ander aspect is dat het certificiëringsproces het onderwerp douane hoog op de agenda van de onderneming kan doen plaatsen. Voor ondernemingen waarbij douaneprocessen van belang zijn, actief zijn in meerdere lidstaten en waar het de bedoeling is om douane-activiteiten te reorganiseren is de voorbereiding op de AEO status een uitgelezen kans om een aantal doelstellingen te verwezenlijken met steun van het hoogste management. AEO kan ongetwijfeld de zichtbaarheid van het onderwerp douane in veel ondernemingen verhogen.
AEO Statuut aanvragen?
Behalve hoger genoemde interne redenen in een onderneming zie ik geen reden om het AEO statuut hals over kop vanaf 1 januari 2008 aan te vragen. Wat wel noodzakelijk is dat ondernemingen nu in kaart brengen en beslissen welke entiteiten en waar het statuut zal moeten aangevraagd worden. Hierbij is het belanrijk om te weten dat iedere schakel – ook onderaannemers zoals logistieke dienstverleners die in de supply chain van de aanvrager optreden – het statuut zal moeten hebben om het statuut te bekomen. Verder kan de interne organisatie en werking getoetst worden aan de richtlijnen en criteria die nu reeds gekend zijn om lacunes te identificeren. De gepaste maatregelen kunnen dan nog genomen worden om verassingen bij een werkelijke aanvraag te vermijden. Ten slotte zal een onderneming rekening moeten houden met kosten en budgetten om het aanvraagproces te begeleiden.
Zodra de onderneming er zelf klaar voor is, er tastbare voordelen gekoppeld kunnen worden aan het statuut (bvb wederzijdse erkenning tussen VS en EU) en zodra het aanvraagproces en de criteria volledig uitgewerkt zijn kan een aanvraag volgens mij overwogen worden.

Vanaf 4 juni 2007 kan “Paperless Douane en Accijnzen” (PLDA) op vrijwillige basis in gebruik worden genomen. SADBEL blijft bestaan tot 1 oktober 2007. Op dat moment zullen douane-expediteurs verplicht gebruik moeten maken van het electronisch aangiftesysteem PLDA.